Den Helder – In 1995 lag Rijkswerf Willemsoord er desolaat en verlaten bij. De oude status van Rijkswerf behoorde tot het verleden en er waren slechts plannen om van Willemsoord iets te maken dat aantrekkelijk moest zijn voor toeristen.
De gemeente had het voor het symbolische bedrag van 1 gulden in bezit gekregen, maar wel met de strikte opdracht het noodzakelijke onderhoud te doen. “Op die manier was defensie er van af”, memoreert Willem Hoekzema, burgemeester van Den Helder in de periode 1995-2001. “Ik noem mezelf daarom wel eens met een grapje de burgemeester van de vorige eeuw”, lacht hij vriendelijk.
Onderhoud was echter bij lange na niet voldoende. Wilde er iets van dit monumentale terrein terecht komen was restauratie een noodzaak. “Er was een plan, er waren maquettes en er was een stuurgroep met onder andere Matthie Vermeulen (eerste directeur van Willemsoord), Dirk Reitsma (ambtenaar) en voorzitter Jan Manderfeld. We waren het samen met de wethouders eens dat we een ondernemer nodig hadden om Willemsoord verder te ontwikkelen. Het is tenslotte niet aan de gemeente om risicodragend te zijn bij zo’n groot en kostbaar complex”, aldus Hoekzema.
Libéma
Twee ondernemers werden benaderd, te weten Hennie van der Most en Dick Lips van Libéma, beide ondernemer in toeristische attracties. De keuze viel op Libéma, waarmee werd overeengekomen dat zij de ontwikkeling op zich namen met behoud van het bijzondere karakter van Willemsoord. “Belangrijk was dat het een maritiem thematische attractie moest zijn, met daarbij een open relatie naar de binnenstad.” Libéma garandeerde de huur van het complex voor tien jaar en daarmee was het op papier geregeld. “Het was echter wel duidelijk dat het zoals het erbij lag, eerst gerestaureerd diende te worden. Het plan kon pas in gang worden gezet wanneer dat klaar was. Een hele opgave voor iets dat is aangelegd in 1813.”
In 1998 kwam een nieuw college dat een beroep deed op hun burgemeester. “Willem, je hebt zoveel contacten en je kent zoveel mensen, kun jij niet eens kijken of je geld los kunt maken voor dit unieke complex?” Dat was sneller gevraagd dan gedaan, maar zowel Lips als Hoekzema werden vanaf dat moment onderdeel van de stuurgroep.
Achtergrond
Bij het aanspreken van contacten speelden een aantal zaken een rol. “Toen ik kwam was het zo dat Den Helder veel arbeidsplaatsen verloor bij de Marine door het wegvallen van de Oost-West tegenstelling. De vrede had toegeslagen, zogezegd en voor het verlies van die duizenden arbeidsplaatsen was ons door de toenmalige regering een compensatie toegezegd. Daaraan werd slechts moeizaam invulling gegeven. Er verscheen ook een rapport economische ruimtelijke ontwikkeling (1995) vanuit het ministerie van Economische Zaken, door staatssecretaris Anneke van Dok. Toen ik dat las viel mijn mond open van verbazing, want de Kop van Noord-Holland en Den Helder kwamen in dat rapport niet voor. Ik heb haar toen gebeld om te vragen of zij aardrijkskunde had gekregen op school en dat we hier iets aan moesten doen.”
Samen met gedeputeerde Jan LaGrand ging Hoekzema op bezoek bij de Staatssecretaris. “Het was een opstap om haar financiële ondersteuning te vragen voor de restauratie van Willemsoord. Het bezoek resulteerde, dankzij de enorme hulp van LaGrand, in het beschikbaar stellen van 10 miljoen gulden en een cofinanciering van de Europese Unie van eenzelfde bedrag. De provincie legde daar iets van 10 miljoen gulden bij en natuurlijk nam de gemeente haar verantwoording en heeft in beginsel 1 miljoen geïnvesteerd. Dat miljoen werd later wel meer.”
Met dit geld werd een begin gemaakt met de restauratie van Willemsoord. “Het contact dat hieruit voortkwam is wel een begin geweest van de vaste relatie die we nu hebben met EZ voor de ontwikkeling van Den Helder en de regio, want door dit traject kwam het onder de paraplu van regionaal beleid. Dat heeft geresulteerd in de ontwikkeling van het plan ‘Kop en Munt’.”
Startbedrag
Het was een startbedrag, maar niet genoeg en hoe nu verder? “Ik vond dat er hulp moest komen vanuit de hele regering, dus alle ministeries, omdat het om een enorm complex ging en een gigantisch restauratiebedrag. Ik heb de raadsadviseur van Wim Kok, Renee Mazel, aangesproken en samen met hem en LaGrand hebben we contact opgenomen met directeur-generaal regionaal economisch beleid, Rein Bemer, die ik uit vroegere jaren kende. Inmiddels hadden we samen met Libéma een ontwikkelingsplan en zo wilden we dit plan in de onderministerraad brengen, vergezeld van de berekening van het benodigde bedrag.”
“Het viel niet mee om een datum te prikken waarop iedereen kon. Het lukte op 21 juli 1999, de dag waarop ik 60 jaar werd. Geen reden om het niet te doen, want zoals ik tegen mijn assistente zei, ik hoop dat op 22 juli ook nog te zijn en dus gingen we met een doos gebak onder de arm naar Economische Zaken.” Hoewel de club van directeuren-generaal het plan sympathiek vond, keurde de onderministerraad het toch af.
Kees Vriesman
Hoekzema liet het er niet bij zitten en stapte opnieuw naar de directeuren-generaal met de boodschap dat Den Helder op deze manier behoorlijk in de steek gelaten werd en het er nog wel eens op uit kon draaien dat een artikel 12 ondersteuning nodig zou zijn. De directeur-generaal ruimtelijke ordening van het ministerie van VROM, de ons inmiddels welbekende Kees Vriesman, stelde voor een onafhankelijk bureau in te schakelen. Dat bureau vond dat het ontwikkelingsplan er heel goed uitkwam en dus ging de hele aanvraag opnieuw naar de onderministerraad. Gerrit Iebema verdedigde het plan aldaar, maar het ministerie van Defensie wilde niet meedoen.
“Willen jullie het hele spul terug dan?” vroeg Hoekema, die daarmee defensie over de streep trok en daarna volgde het ene na het andere ministerie. “De laatste hobbel was de minister van Financiën, Gerrit Zalm. “Met een contract van Libéma met tien jaar huurgarantie moest Zalm niet al teveel beren op de weg zien”, vertelde Hoekzema hem in een apart gesprek, waarop Zalm overstag ging. “Het exacte bedrag weet ik niet meer, maar volgens mij was het 87 miljoen gulden. Samen met de bedragen van provincie, rijk en Europese unie was dat genoeg om het restauratieplan uit te voeren. Als je dat nu nog eens zou willen proberen, lukt dat echt nooit meer, maar het enthousiasme van iedereen toentertijd heeft zeker meegewerkt om het van de grond te krijgen.”
Teamwerk
Hoekzema benadrukt dat het teamwerk is geweest. Toch kreeg hij vanwege zijn verdienste de titel burgemeester van Willemsoord, tijdens het symposium van 21 november 2008 uit monde van Matthie Vermeulen. Een titel die door een ieder die met Willemsoord te maken heeft, aan hem wordt toegedicht. “Ik kan me als trotse bewoner Den Helder niet meer voorstellen zonder dit prachtige gebied, wat Den Helder bijzonder maakt in de Kop van Noord-Holland en Nederland. Het bied enorme kansen om samen met de zeer noodzakelijke vernieuwing van het stadshart Den Helder tot een aantrekkelijke stad te maken, waar het goed wonen, leven en werken is. Laten we er zuinig op zijn”, aldus de burgemeester van Willemsoord.
Gelieve rekening te houden met de volgende richtlijnen:
Lees de volledige voorwaarden voor het reageren op
http://www.denhelderactueel.nl/info/reageren/
Reacties die niet voldoen aan deze voorwaarden, kunnen worden gewist door de redactie. Personen die zich herhaaldelijk niet aan de regels houden, kunnen worden uitgesloten van de mogelijkheid tot reageren.
Een eigen afbeelding bij uw reactie? Kijk voor informatie op http://nl.gravatar.com
Bob.
13 mei 2010 at 19:45
En zij leefden nog lang en gelukkig ?