Den Helder – De Adelborsten van de Technische Dienst zijn net terug van de kruisreis, een drie weken durende vaart waarin veel geleerd en genoten werd. Twee heren en een dame vertellen waarom ze de Marine als thuisbasis kozen en hoe de kruisreis voor hen verliep.
Sergeant-adelborst Geertje Oskam, korporaal-adelborst Léon de Waal en sergeant-adelborst Michiel Smeding kwamen in augustus 2007 als Adelborst bij de Marine. Hun vooropleiding: VWO, de instroomeis voor de militair wetenschappelijke opleiding. Hun motivatie om bij de Marine te gaan heeft het ‘iets van de wereld zien’ als gemeenschappelijke deler. “Het geijkte pad van studeren stond me niet zo aan en ik ben gek op varen. Mijn vader zat bij de Marine al heeft hij dat nooit gepromoot. Hij was zelfs verbaasd toen ik liet weten bij de Marine te gaan”, laat Geertje weten. Michiel zag ook niet veel heil in de reguliere opleidingen. “Bij de Marine zit je al meteen echt in het bedrijf”, meent hij. Voor Léon was het de combinatie: “Water trekt me enorm aan en de techniek ook.” De opleiding voor technisch officier geeft hen later de verantwoordelijkheid over de techniek en het technisch personeel. “Met uitzondering van sensoren en wapensystemen”, vult Michiel aan.
De kruisreis was de derde en tevens langste reis die de Adelborsten maakten. “De eerste reis was een Middellandse zeereis. Een algemeen oriënterende reis, leren hoe het toegaat aan boord. Dat is het moment waarop mensen af kunnen haken wanneer ze dan niet het gevoel hebben het geweldig te vinden op zee”, meent Geertje. Net als Michiel vaarde ze op de Tromp en beiden vonden op die reis Split een verrassend gezellige stad. Léon zat de eerste reis op de Zuiderkruis. “We werden ingevlogen en daarna ging de reis per bus naar Triest.” De tweede reis was al meer gericht op de technische dienst, kregen de Adelborsten al meer verantwoording en werd er echt meegelopen met de bemanning aan boord.

Kruisreis
De kruisreis was echter volgens alle drie de beste tot nu toe. Geertje en Michiel gingen met de Van Speijk naar Curaçao. Léon stapte op de onderzeeboot De Dolfijn naar Narvic. “Het grappige is dat je op een onderzeeër allemaal met de functie van matroos begint en dan langs een stijgende lijn bij alle functies meedoet. Zo weet je dan zelf ook wat bijvoorbeeld een matroos weet, behalve dan dat die een langere ervaring daarin heeft. Dat helpt je later in je werk om iedereen te begrijpen.”
Léon heeft ook al duidelijk te kennen gegeven op een van de vier onderzeeërs te willen werken. “Ik had geen idee wat me te wachten stond op een onderzeeboot, maar het is enorm meegevallen. Ik weet het zeker, ik wil mijn flipper (speldje met twee dolfijnen, die bemanningsleden bij de voltooiing van hun opleiding op een onderzeeër krijgen)! De sfeer aan boord en zoals de bemanning als een team samenwerkt, ik wil erbij horen.”
Vrouwen mogen niet op een onderzeeër. Geertje betwijfelt of dit nog zal veranderen: “Het zal mijn tijd wel uitduren”, lacht ze. Treurig is ze er niet om. “Techniek is de richting die ik wil en verder wil ik varen, daarvoor ben ik bij de Marine gegaan. Het is een apart wereldje aan boord. Nu we net terug zijn is het weer wennen, terug naar de boeken en de theorie. Die kennis heb je straks hard nodig aan boord en het varen heb je nodig om de studie vol te houden. Ik heb op reis veel geleerd en heb het heel leuk gehad.”
Vrouwen
Als enige meid in de technische opleiding groep vindt ze niet dat ze anders wordt behandeld dan de jongens. “Er zijn nog wel meer vrouwen in de technische dienst, maar ik ben ze nog niet tegengekomen, ook niet aan boord. Het is wel anders als vrouw, maar het ligt er ook aan hoe je er zelf instaat en ik vind niet dat ik anders behandeld wordt.” Michiel heeft ook prettige herinneringen aan de reis. “De technische dienst is een hecht team, daar staat het ook om bekend. De theoretische opleiding is zwaar, maar na zo’n zeereis weet je weer waarvoor je het doet. We hebben overal even meegekeken, dus ook in de kombuis, de wasserij en de brug. Dat is gunstig voor je beeldvorming van de verschillende functies.
Nog ongeveer anderhalf jaar en dan zit de studie er op. “Alle reizen zijn een opstapje naar die ene grote reis, dan gaan we een half jaar weg en daar verheugen we ons nu al op”, aldus de Adelborsten.
Geplaatst: vrijdag 26 maart, 4:45 uur - Laatste wijziging: vrijdag 26 maart om 0:11 uur.
Gelieve rekening te houden met de volgende richtlijnen:
Lees de volledige voorwaarden voor het reageren op
http://www.denhelderactueel.nl/info/reageren/
Reacties die niet voldoen aan deze voorwaarden, kunnen worden gewist door de redactie. Personen die zich herhaaldelijk niet aan de regels houden, kunnen worden uitgesloten van de mogelijkheid tot reageren.
Een eigen afbeelding bij uw reactie? Kijk voor informatie op http://nl.gravatar.com